Gebrekkig taalbegrip autisten is een aandachtsprobleem

Facebooktwitterlinkedinmail

onbegrip

Mensen met autismespectrumstoornissen begrijpen anderen vaak niet goed. Deels komt dat omdat ze zich moeilijk in hen kunnen verplaatsen, maar daarnaast lijkt er sprake te zijn van een beperkt taalbegrip.

Of ligt het nog anders? Psychologe Sophieke Koolen ontdekte dat het taalbegrip van autisten verbetert als hen gezegd wordt waarop ze moeten letten. Ze promoveert op 14 februari 2014 aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Taal- en hersenonderzoek bij gezonde volwassenen maakt, volgens Koolen, steeds duidelijker dat bij taalbegrip het verschijnsel ‘cognitieve controle’ een belangrijke rol speelt. Cognitieve controle houdt onder andere aandacht en concentratie in, en omvat ook het specifieke aspect dat Koolen onderzocht: monitoring. “Dat is: controleren of de informatie die je binnen krijgt, overeenkomt met wat je verwacht. Je hoort of leest iets, en zo lang daar niks merkwaardigs in gebeurt, ben je je er niet van bewust dat je iets controleert. Maar zie je bijvoorbeeld een tikfout, dan zorgt monitoring ervoor dat je even met extra aandacht naar de tekst kijkt, om te zien of die wel klopt.”

Cognitieve controle en autisme
Koolen wilde weten of monitoring ook een rol speelt bij het taalbegrip van mensen met een autismespectrumstoornis (ASS). Ze onderzocht dat in twee experimenten. In het ene liet ze proefpersonen (mensen met ASS en een controlegroep zonder ASS) zinnen lezen die een onwaarschijnlijke gebeurtenis schetsen. Bijvoorbeeld: De fotograaf die voor het model poseerde werkte voor het tijdschrift. Eerst vroeg ze hen simpelweg te lezen wat er stond, vervolgens werd soortgelijk materiaal aangeboden met de instructie om op de waarschijnlijkheid van de beschreven gebeurtenis te letten. Intussen werden via EEG-metingen de specifieke hersensignalen voor cognitieve controle in kaart gebracht.

Let op!
Bij mensen met ASS waren in de ‘vrij lezen-conditie’ nauwelijks signalen te zien van cognitieve controle. Bij de controlegroep waren die signalen wel zichtbaar. In de ‘gerichte instructie-conditie’ was bij mensen met ASS een reactie te zien die vergelijkbaar was met die van de controlegroep. ‘Als de mensen met ASS gevraagd werd om specifiek ergens op te letten, lukte hen dat. Er was dus geen sprake van een verstoord taalbegrip, maar van een gebrek aan cognitieve controle.’

Hoe complexer, hoe lastiger
In het tweede experiment werd de proefpersonen eerst gevraagd om in simpele zinnen (zoals ‘De hond die naar de voetgangers blaften was van de buurman’) te letten op mogelijke grammaticale fouten. De reactietijden van de mensen met ASS en de andere proefpersonen bleken ongeveer gelijk.

Vervolgens werd gevraagd om niet alleen op grammaticale fouten, maar ook op spelfouten (in zinnen als: ‘De hond die naar de voetgangers blefte was van de buurman’) te letten. Dat leidde tot een toename in de reactietijden van de ASS-proefpersonen, maar niet van de gezonde proefpersonen.

Kortom: ook mét een gerichte instructie zijn er grenzen aan de cognitieve controle van mensen met ASS. Hoe complexer de taak, des te lastiger wordt het om nog goed te monitoren.

Eén functie is geen functie
Deze onderzoeksresultaten zijn allereerst van belang voor behandelaren, meent Koolen. “Het idee dat het taalbegrip van mensen met een autismespectrumstoornis sowieso beperkt is, moet van tafel. Hun taalbegrip kan beter, mits ze daar hun aandacht op richten. Misschien is dat te trainen, dat moet nog nader onderzocht worden.”

Ook voor de neuropsychologische diagnostiek, niet alleen van ASS maar ook van andere neuropsychologische aandoeningen, zijn de resultaten van belang.“Nu wordt vaak alleen onderzocht: is er iets mis met de taal, met het geheugen, enzovoort. Mijn onderzoek laat zien dat het ook om een interactie van functies kan gaan. Dus niet: het taalbegrip is verstoord, maar: het taalbegrip van deze mensen is minder effectief zo lang de cognitieve controle niet ‘aan’ staat.”

Biografie
Sophieke Koolen (Utrecht, 1986) studeerde psychologie (bachelor, cum laude, 2007) en deed daarna de master Psychological Health Research (cum laude, 2009), beide aan de Universiteit Utrecht. Haar promotieonderzoek deed ze binnen het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit Nijmegen. Sinds september 2013 werkt ze als psycholoog bij Vincent van Gogh voor geestelijke gezondheidszorg (VVGi.nl), waar ze in november 2013 is gestart met de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog. Op vrijdag 14 februari 2014 promoveert Sophieke Koolen aan de Radboud Universiteit Nijmegen op haar proefschrift Understanding language in autism spectrum disorder. The role of cognitive control’. Promotor: dhr prof. dr. L.T.W. Verhoeven; copromotor: mevr dr. C.T.W.M. Vissers.

Bron: gezondheidskrant.nl 

Dit bericht is 2482 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail