Gebrek aan woningen belemmert herstel psychiatrisch patient

Facebooktwitterlinkedinmail

15 maart 2017 – 120 patiënten zouden de psychiatrische klinieken kunnen verlaten, maar er zijn  geen woningen voor hen. Hun herstel stagneert, ze houden plekken bezet waar anderen in psychische nood geholpen zouden kunnen worden. Met dat signaal stond  Dick Veluwenkamp, bestuurder van ggz-stichting Arkin deze week in het Parool. ”Als mensen de kliniek niet verlaten door gebrek aan geschikte woningen, kunnen we minder mensen opnemen. Het zijn communicerende vaten.”

Psychiatrische patiënten die zich melden voor vrijwillige opname, kunnen door de beperkte capaciteit niet terecht. Daarna verslechtert hun toestand, waardoor soms tot dwangopname moet worden overgegaan. Veluwenkamp zegt dat dit wekelijks één of meermalen gebeurt. ”Dat is zorgelijk, want een gedwongen opname is zeer ingrijpend en werpt een patiënt vaak ver terug in het herstelproces.”

Dat patiënten langer in een kliniek moeten blijven dan voor hun behandeling nodig is heeft ook negatieve effecten . ”Als iemand klaar is voor ambulante behandeling is het zeer demotiverend als dat niet kan. Mensen blijven langer een ‘zware patiënt’ dan nodig is.” Arkin heeft ruim 120 mensen in een kliniek die wachten op een woning.

”Psychiatrie en sociale omstandigheden zijn nauw verbonden. Veluwenkamp: ”Wij kunnen therapie bieden en medicatie voorschrijven wat we willen, maar als de woonomgeving van een kwetsbare persoon onveilig is, blijven psychische problemen voortduren of terugkeren.”

De gemeente Amsterdam beloofde twee jaar geleden duizend woonplekken voor kwetsbare groepen, waaronder ook een grote groep daklozen die nu in de nachtopvang verblijven. .Vorig jaar zouden er driehonderd bij komen. Het waren er slechts 33; in dat tempo gaat het dertig jaar duren tot de doelstelling is gehaald.

De komende twee jaar staan er in samenwerking met de woningcorporaties nog eens zevenhonderd woningen gepland. De richtlijn voor de wachttijd op een woning voor een kwetsbare is drie maanden, maar in de praktijk komt het neer op acht maanden tot drie jaar.

Bron: parool.nl

Dit bericht is 3493 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail