Etnische herkomst factor bij diagnose jeugd-ggz

Facebooktwitterlinkedinmail

jeugd02

Kinderen van niet-Nederlandse herkomst en meisjes worden minder vaak gediagnostiseerd en behandeld in de jeugd-ggz dan autochtone jongens. Bij adolescenten zijn de verschillen kleiner dan bij kinderen, aldus Anne de Haan. Zij promoveert met haar onderzoek op 10 september aan de Universiteit Leiden.

De Haan deed onderzoek naar de verschillen tussen etnische groepen in de jeugd-ggz in Den Haag in het gebruik van het aanbod, de gestelde diagnoses en het vervroegd stoppen met de behandeling.

In wijken met veel autochtone bewoners maken jongeren meer gebruik van jeugd-ggz dan in wijken met bewoners van niet-Nederlandse afkomst. Afhankelijk van de herkomst van cliënten wordt de diagnose vastgesteld. Jongeren van niet-Nederlandse herkomst worden vaker behandeld vanwege psychosociale problematiek. Bij autochtone jongeren worden vaker een of meerdere psychiatrische stoornissen vastgesteld.

Voortijdig stoppen met de behandeling ligt niet zozeer aan de etnische afkomst maar aan de kwaliteit van de therapeutische relatie.

Bron: nji.nl 

Dit bericht is 2261 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail