Enquête SP: Bezuiniging GGZ moet stoppen

Facebooktwitterlinkedinmail

enquete_nb

4 december 2015 – Ruim 90% van het personeel in de GGZ vindt dat de zorg verslechterd. Dat blijkt uit een enquête die de SP onlangs heeft gehouden.

In totaal hebben 1.020 personen werkzaam in instellingen voor geestelijke gezondheidszorg verspreid over het land de enquête ingevuld. Ruim 90 procent van hen merkt in de dagelijkse praktijk dat de zorg voor mensen is verslechterd. De toegankelijkheid van instellingszorg in de GGZ is volgens 68 procent van de medewerkers verder beperkt. Ook is volgens 79 procent van hen de bureaucratie toegenomen. Mede hierdoor zijn er volgens 72 procent van de medewerkers minder ‘handen aan het bed’ gekomen. Dit varieert van ‘wat minder’ (27 procent) tot veel minder (45 procent) collega’s op de werkvloer. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ruim 9 op de 10 personen een toename in de werkdruk ervaart. Ruim 34 procent van hen gee aan de hoeveelheid werk niet meer aan te kunnen.

Dit alles gaat volgens de personen die werkzaam zijn in de GGZ ook ten koste van de kwaliteit van zorg. Volgens ruim 88 procent hee de werkdruk een negatieve invloed op de kwaliteit van de zorg die geleverd wordt. Ook met de arbeidsomstan- digheden zelf is het niet best gesteld. Bijna 7 op de 10 werknemers ervaart een verslechtering van de arbeidsomstandigheden ten opzichte van enkele jaren geleden. Als reden hiervoor geven de respondenten onder andere aan: minder handen aan het bed (23 procent), minder bijscholing (14 procent), minder gekwalificeerd personeel (14 procent), meer patiënten (12 procent) en minder werkoverleg (11 procent).

De extramoralisering, hoewel de afbouw van bedden in GGZ-instellingen en de opbouw van voorzieningen voor behandeling thuis, verloopt verre van vlekkeloos volgens de ondervraagden. Maar liefst 7 op de 10 is het (helemaal) oneens met de stelling dat dit zonder problemen en in een verantwoord tempo verloopt. Bijna de helft van de respondenten zegt bovendien dat de gemiddelde wachttijd voor een behandeling is toegenomen. Dit tegenover slechts 6 procent die zegt dat deze is afgenomen. Van de personen die aangeven dat de wachttijd is toegenomen, betreft het volgens 65 procent een toename oplopend tot 6 maanden en is de toename volgens bijna 9 procent zelfs meer dan zes maanden. Bijna de helft van de respondenten ziet bovendien patiënten vaker dan voorheen terugkeren na hun behandeling. Bijna 45 procent van de ondervraagden ervaart ook dat de gemiddelde behandelduur is afgenomen.

Wanneer de respondenten wordt gevraagd of zij vinden dat er voldoende gekwalificeerd personeel op de afdeling is, antwoordt 28 procent ‘soms wel, soms niet’ en bij ruim 13 procent is dit ‘meestal niet’ het geval. Niet verwonderlijk dat ruim vier op de tien respondenten ook aangeeft dat ‘soms wel, soms niet’ de vereiste kwaliteit van zorg kan worden geboden. Daarnaast zijn vrijwilligers en familie onmisbaar voor bepaalde vormen van zorg. Van de respondenten geeft 6 op de 10 aan dat persoonlijke aandacht, wandelen en uitstapjes afhankelijk zijn van de inzet van vrijwilligers en/of familie. Volgens 4 op de 10 geldt dit ook voor de dagbesteding.

Gezien de alarmerende resultaten met een toename van de werkdruk, verslechtering van de arbeidsomstandigheden en kwaliteit van de GGZ is het verstandig de geforceerde extramuralisering van de GGZ te staken en de bezuinigingen terug te draaien. Om de toegang tot de GGZ te waarborgen zijn meer handen aan het bed nodig. De administratieve lasten moeten worden verminderd door alleen administratieve handelingen toe te staan die eenvoudig en uniform zijn en waarvan het nut door de professionals wordt ingezien.

OPZET

De enquête is opgesteld door de Tweede Kamerfractie van de SP. De vragen gaan over het dagelijkse werk van het personeel in instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg en over de veranderingen die zij de laatste tijd ervaren in hun werk. Er is volop ruimte geboden voor opmerkingen. Het invullen van de enquête kostte 20 tot 30 minuten, afhankelijk van hoe uitgebreid de open vragen zijn ingevuld.

Er zijn in totaal 26 vragen gesteld. De vragen waren grotendeels gesloten, maar veel vragen werden gevolgd door een vervolgvraag om het gegeven antwoord toe te lichten of met voorbeelden te onderbouwen. Bij de betreffende open vragen zijn elke keer door enkele tientallen tot enkele honderden respondenten reacties ingevuld. Alle reacties zijn gelezen. Informatie uit deze reacties is gebruikt bij de analyse van de antwoorden en in de resultaten samengevat. Een aantal opmerkingen zijn in dit rapport gebruikt als citaat.

DEELNAME

Van de 1.020 respondenten is 72 procent vrouw, is 32 procent jonger dan 35 jaar en werkte 64 procent al langer dan 10 jaar in de GGZ. Landelijk gezien is ook 72 procent van de personen werkzaam in de zorg vrouw en is 30 procent jonger dan 35 jaar.

Onze respondenten zijn dus gemiddeld iets jonger maar daarmee nog altijd representatief. In de GGZ is een grote variëteit aan beroepen. Verreweg de meeste van de respondenten (29 procent) zijn werkzaam als psychiatrisch verpleegkundige. Daarnaast waren deelnemers aan het onderzoek onder andere werkzaam als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige (8 procent), gz-psycholoog (7 procent), maatschappelijk werker (6 procent), psychotherapeut (6 procent) en psychiater (5 procent).

Lees hier het hele rapport (Pdf)

Bron: sp.nl 

Dit bericht is 1328 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail