Een op de vijf scholieren gebruikt ADHD-medicijn voor recreactieve doeleinden

Facebooktwitterlinkedinmail

_64286867_m6300378-ritalin_stimulant_pill-spl

15 oktober 2015 – Van alle middelbare scholieren met ADHD-medicatie slikt een op de vijf een middel als methylfenidaat om niet-medische redenen, bijvoorbeeld om de schoolprestaties tijdens examenperiodes te verbeteren. Ook het verminderen van stress, beter contact kunnen maken, je lekkerder of high voelen zijn redenen voor het niet-medisch gebruik van deze middelen.

Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht, waarover het Pharmaceutisch Weekblad deze week bericht.

Het onderzoek werd vorig jaar uitgevoerd op zes scholen in de provincie Utrecht, om inzicht te krijgen in het gebruik van stimulerende middelen door middelbare scholieren, zoals ADHD-geneesmiddelen, drugs en alcohol. In totaal vulden 777 jongeren in de leeftijd van 11 tot 19 jaar een online vragenlijst in.

6% van hen gebruikte ADHD-medicatie. Negen jongeren gaven aan deze middelen niet op recept van een arts te hebben gekregen. Extrapolatie van deze cijfers naar middelbare scholieren in heel Nederland suggereert dat er mogelijk 11.000 ‘recreatieve’ gebruikers van ADHD-geneesmiddelen zijn, oftewel twintig procent van alle gebruikers van ADHD-medicatie, aldus onderzoekers Ellen Koster, Lydia de Haan, Marcel Bouvy en Rob Heerdink.

Het aantal is waarschijnlijk nog hoger wanneer ook naar volwassenen en jongere kinderen gekeken wordt. Exacte cijfers over het niet-medisch gebruik van deze middelen onder middelbare scholieren in Nederland zijn er volgens de onderzoekers niet.

Het gebruik van medicatie voor ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) is de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen onder zowel kinderen en tieners als volwassenen. De stoornis wordt gekenmerkt door concentratieproblemen, onrust (zowel geestelijk als lichamelijk) en impulsief gedrag. Patiënten worden behandeld met stimulantia om zich beter te kunnen concentreren op school en om rustiger te worden, waardoor ze minder snel worden afgeleid en minder behoefte hebben om op zoek te gaan naar stimulerende impulsen.

Bron: zorgkrant.nl 

Dit bericht is 972 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail