De vijf meest gestelde vragen over autisme

Facebooktwitterlinkedinmail

enfant_autisme_630_315

30 oktober 2015 – De diagnose Autisme Spectrumstoornis wordt steeds vaker gesteld bij kinderen, maar ook bij volwassenen. Maar wat is autisme nu precies? De vijf meest gestelde vragen worden hier beantwoord.

1. Wat is autisme?

Autisme (officieel ‘autismespectrumstoornis’ genaamd) is een ontwikkelingsstoornis. De symptomen van autisme worden meestal herkend in het tweede levensjaar. De symptomen kunnen ook eerder herkend worden, dit is vaak het geval wanneer er sprake is van een grote ontwikkelingsachterstand. Ook kunnen de symptomen later dan het tweede levensjaar, wanneer de symptomen subtieler zijn.

Autisme wordt gekenmerkt door een verminderd vermogen tot sociaal contact en communiceren, en beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten. Mensen met autisme zijn vaak gevoeliger (of juist minder gevoelig) voor bepaalde prikkels, zoals geluid of pijn.

Door de kenmerken van autisme kunnen extra psychische problemen ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn dwangmatig gedrag of depressie. Verder hebben mensen met autisme vaker last van angstproblemen en woedeaanvallen. Ongeveer 20% van de mensen met autisme heeft een verstandelijke beperking.

Autisme komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. De meeste kinderen met autisme blijven ook in hun latere leven voldoen aan de diagnose. Wel zijn er veranderingen mogelijk in de aard van de symptomen. Autisme komt voor bij 1% van de Nederlandse bevolking.

Autisme kan per persoon anders tot uiting komen: autisme verwijst naar een zeer diverse groep personen bij wie de sociale en andere problemen verschillen in ernst en type, met alle mogelijke soorten en combinaties van beperkingen en kwaliteiten.

2. Hoe ga je om met iemand die autisme heeft? 

Bedenk goed: geen twee mensen met autisme zijn gelijk. Maar allemaal beleven ze de wereld anders dan u. Misschien gedragen ze zich hierdoor op een manier die u niet gewend bent. Dat kan misverstanden opleveren en voor onzekerheid zorgen bij de persoon met autisme én bij u.

  • Bedenk dat mensen met autisme de sociale regels vaak niet begrijpen. Kinderen met autisme zullen u bijvoorbeeld vaak niet begroeten met een lach en een hand. Of vraag zelf om een kopje koffie als u dat niet krijgt wanneer u op visite komt.
  • Bedenk dat iemand met autisme niet onbeleefd wil zijn als hij of zij u niet aankijkt.
  • Verwacht niet een reactie op uw non-verbale communicatie zoals een boze gezichts­uitdrukking of gebaren. Als u wilt dat iemand reageert op wat u zegt, vraag er dan specifiek om (‘luister naar wat ik vertel’). Benoem letterlijk wat u wilt of voelt.
  • Leg concreet uit wat u wilt gaan doen. En vraag daarna of hij u goed heeft begrepen voordat u iets doet.
  • Schreeuw niet of praat niet met een harde stem. Mensen met autisme kunnen hier heftiger van schrikken dan anderen.
  • Raak iemand met autisme niet aan als dat niet nodig is. Het kan zijn dat hij of zij niet graag wordt aangeraakt.
  • Wees concreet in plaats van een korte vraag te stellen. Bijvoorbeeld: Een moeder moet haar zoon en een klasgenoot met autisme naar voetbaltraining brengen. Ze zegt niet: ‘Ga je mee?’ Maar ze zegt: ‘Je moet naar voetbaltraining. Ik breng je vandaag met de auto naar de club. We vertrekken over vijf minuten, dus trek je jas aan. Je vriendje Jasper gaat mee’.
  • Gebruik geen taal met een dubbele betekenis. Het woord ‘vliegangst’ kan hij of zij opvatten als ‘bang zijn voor een vlieg’.
  • Geef hem of haar de tijd om uw informatie op te nemen.
  • Vraag of hij of zij u begrepen heeft.
  • Schema’s, agenda’s, bewegwijzering en geschreven instructies kunnen zeer goed van pas komen om iets duidelijk te maken.
  • Vertel of vraag één ding tegelijk.
  • Vermijd sarcasme. Een opmerking als ‘prachtig’ als iets juist lelijk is, is voor hem onduidelijk

3. Wat zijn de kenmerken van autisme ?
Autisme kan per persoon anders tot uiting komen: autisme verwijst naar een zeer diverse groep personen bij wie de sociale en andere problemen verschillen in ernst en type, met alle mogelijke soorten en combinaties van beperkingen en kwaliteiten.

De volgende verschijnselen horen bij autisme:
  • Contact met anderen:
    Iemand met autisme kan moeilijk contact maken. Sommige mensen met autisme maken helemaal geen contact met anderen. Sommigen zoeken wel contact, maar praten met name over wat hen zelf bezighoudt. Mensen met autisme nemen woorden vaak letterlijk. Ook hebben ze moeite om indirecte, non-verbale taal te begrijpen of te uiten. Dit zijn bijvoorbeeld gezegden, gebaren of gezichtsuitdrukkingen.
  • Gedrag en interesses:
    Iemand met autisme kan een beperkte, gefixeerde interesse hebben voor één of enkele voorwerpen of activiteiten. Hij of zij kan hardnekkig vasthouden aan hetzelfde, inflexibel gehecht zijn aan routines of rituelen. Kleine veranderingen kunnen veel onrust veroorzaken bij hem of haar. Iemand met autisme kan eindeloos hetzelfde doen. Bijvoorbeeld de kraan open- en dichtdraaien, dezelfde muziek luisteren of steeds bezig zijn met hetzelfde onderwerp.

4. Wat zijn de oorzaken van autisme?

Hoe autismespectrumstoornis precies ontstaat, is niet bekend. Er is niet specifiek één oorzaak aan te wijzen. Wel zijn er verschillende risicofactoren. Verschillende niet-specifieke risicofactoren, zoals een hogere leeftijd van de ouders of een laag geboortegewicht, kunnen bijdragen aan het risico op autisme.

Duidelijk is dat erfelijkheid een rol speelt

In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat een genetisch afwijkend patroon ten grondslag ligt aan autisme. Maar daar is niet alles mee gezegd. De uitingsvormen van deze genetische abnormaliteit is bij ieder persoon met autisme weer anders. Vroeger werd gedacht dat er iets mis was met hun hersenen. Dit is een misvatting gebleken. Er is niet een speciaal deel van de hersenen dat ‘stuk’ is. Bij mensen met autisme zien verschillende delen van de hersenen er wel anders uit dan bij anderen, maar ook ‘gewone’ delen van de hersenen werken structureel anders dan bij mensen zonder autisme.

5. Hoe kun je autisme behandelen?

Autisme kan niet worden behandeld. Er is geen genezing mogelijk. Er is geen therapie en er zijn geen pillen die mensen van hun autisme af kunnen helpen. Maar dit betekent niet dat zij geen hulp zouden kunnen gebruiken.

In de behandeling van kinderen met autisme is het van belang dat psycho-educatie voor alle betrokkenen én een educatieve benadering (thuis, op het dagverblijf en op school) centraal staan.  Bij een educatieve benadering wordt er gezorgd voor een gestructureerde omgeving met duidelijke communicatieve ondersteuning. Het kind wordt communicatieve en sociale vaardigheden aangeleerd. Verder is het van belang dat extra psychische problematiek (zoals angst en depressie) wordt behandeld.

Bij volwassenen met autisme kunnen bijvoorbeeld lotgenotencontact en psycho-educatie helpen om te leren omgaan met problemen die samen kunnen gaan met autisme.

Wil je meer weten over autisme?  Kijk op Fonds Psychische Gezondheid

Lees ook: Ervaringsverhaal: ‘Ik heb een dochtertje met autisme’

 

Dit bericht is 3895 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail