Cognitieve trainingen voor depressieve patiënten

Facebooktwitterlinkedinmail

18 oktober 2018 – Voor depressieve patiënten is het glas halfleeg. Hun verhoogde aandacht voor negatieve informatie is een onderliggend mechanisme dat het ziektebeeld veroorzaakt. Martin Möbius, ontwikkelde cognitieve trainingen (CBM) om dit proces positief te veranderen, door mensen te trainen hun aandacht te richten op positieve informatie of ambigue situaties vaker positief te interpreteren.

Studies laten zien, dat de informatieverwerking door CBM doelgericht kan worden veranderd. Voor het reduceren van symptomen werd onvoldoende bewijs gevonden. Daarnaast toont Möbius aan dat de effecten van rTMS, een alternatieve behandeltechniek ter verandering van hersenactiviteit, kunnen worden beïnvloed door gebeurtenissen die op de behandeling volgen, zoals negatieve emotionele ervaringen. Dit biedt nieuwe mogelijkheden voor verlichting van depressie met zich mee. Een verdere stap om het glas te vullen.

Op 25 oktober promoveert Möbius op zijn onderzoek Cognitieve trainingen voor depressieve patiënten.

De conclusie van zijn onderzoek luidt als volgt:

Het is mogelijk om de voor depressie karakteristieke vertekeningen in de informatieverwerking te veranderen. ET-ABM (Eye-Tracking based Attention Bias Modification) lijkt hierbij een geschikt instrument te zijn om specifiek het aandachtsproces te trainen dat aan depressie gelinkt wordt; het wegkijken van negatieve stimuli. Hierbij konden zowel gezonde proefpersonen als deelnemers met licht verhoogde niveaus van depressie getraind worden. Een relevante vervolgstap zou zijn om de training in een depressieve steekproef te testen.

Wat betreft het veranderen van maladaptieve interpretatiebias geven de huidige studies een eerste aanwijzing voor een positief effect van het IMP-D. Een enkele trainingssessie was hierbij voldoende om in een gezonde steekproef positieve tendenties te induceren. De vorm van feedback (expliciet vs impliciet) lijkt hierbij een belangrijke rol te spelen.

Dat de studies in dit proefschrift geen bewijs hebben gevonden voor een stress-reducerend effect, roept twijfel op wat betreft de therapeutische waarde van deze trainingen. Toekomstig onderzoek zou gebruik kunnen maken van instrumenten die wellicht beter geschikt zijn om een therapeutisch effect van de trainingen te meten (bv., stresstaken die ambiguïteit veroorzaken). Een alternatieve verklaring voor de afwezigheid van een verandering in stress-reactiviteit zou kunnen zijn dat een enkele trainingssessie onvoldoende is om een betekenisvolle verandering teweeg te brengen.

Echter, gezien het grote aantal studies dat duidt op een causale relatie tussen maladaptieve informatievertekening en symptomen, hebben we met het veranderen van de cognitieve biases een eerste belangrijke stap gemaakt richting het verminderen van depressieve symptomen. Met betrekking tot het toepassen van non-invasieve hersenstimulatie is het belangrijk de context mee te betrekken (bv., gebeurtenissen die onmiddellijk op de stimulatie volgen), zowel voor onderzoek als ook voor de behandeling. Vervolgonderzoek over het onderliggende interactiemechanisme tussen stimulatie en context zou daarbij nieuwe, veelbelovende mogelijkheden voor de behandeling van depressie kunnen creëren.

Bron: Nedkad.nl

Dit bericht is 2007 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail