Cognitieve gedragstherapie is effectiefste behandelmethode bij dwang

Facebooktwitterlinkedinmail

15 mei 2017 – Afgelopen vrijdag was in Utrecht de eerste Dag van de Dwangstoornis, een informatieve dag met ruimte voor uitwisseling van kennis, ervaringen en ontmoetingen. Ongeveer 2,3 procent van de mensen ontwikkelt ooit in zijn of haar leven een dwang- of obsessieve-compulsieve stoornis (OCD). Van de mensen met dwang heeft 90 procent zowel last van dwanggedachten als dwanghandelingen.

Dwanggedachten zijn ideeën, gedachten of beelden die steeds terugkeren en veel angst en ongemak oproepen. Veelvoorkomende zorgen van mensen met dwang gaan over  vuil, besmetting of infecties, rampen, welzijn van familieleden, het idee dat bepaalde voorwerpen per se op een bepaalde plaats moeten staan. Dwanghandelingen of compulsies zijn eigenlijk de reactie op die gedachtes. Met dwanghandelingen (zoals handen wassen, controleren, tellen, mentale rituelen uitvoeren) probeert iemand de dwanggedachte te beheersen en spanning te verminderen. Er is pas sprake van een stoornis wanneer de symptomen beperkend zijn voor het dagelijks functioneren voor de cliënt of diens omgeving.

CGT eerste keus
Cognitieve gedragstherapie is zowel volgens nationale als internationale behandelrichtlijnen de eerstekeusbehandeling bij dwang. Bij de behandeling van OCD zijn verschillende psychotherapeutische interventies onderzocht. Uit het onderzoek komt naar voren dat met name twee behandelmethoden effectief zijn, aldus richtlijnendatabase.nl: de cgt-techniek in-vivo-exposure met responspreventie en cognitieve therapie.

De belangrijkste elementen van cgt bij dwang zijn: blootstelling aan de situatie die overmatige onrust oproept (exposure) en stoppen met de dwanghandeling die de onrust vaak (kortdurend) wegneemt (responspreventie). Van de cliënten die deze behandeling ondergaan, verbetert over het algemeen 70 tot 80 procent, een resultaat dat bij follow-up in ieder geval tot twee jaar aanhoudt.

Verschillende cgt-soorten
Cgt bestaande uit exposure in vivo en cognitieve therapie is de eerstekeusbehandeling voor mensen met dwang. Maar de standaard-cgt werkt niet bij iedereen. Daarom zijn er daarnaast verschillende cgt-vormen ontwikkeld (bron: dwang.eu):

  • Metacognitieve therapie. Deze veelbelovende vorm van cgt richt zich in tegenstelling tot traditionele cgt niet zozeer op de dwanggedachten en -handelingen zelf, maar op de opvattingen die mensen hebben over hun gedachten en handelingen. Binnen deze behandeling wordt er specifiek aandacht besteed aan de betekenis die mensen toekennen aan het hebben van dwanggedachten en op het veranderen van deze betekenis. In plaats van dwanggedachten te zien als feiten waarnaar je moet handelen, leert de cliënt dwanggedachten zien als vervelende gedachten waarnaar hij niet hoeft te handelen.
  • Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Binnen ACT leren mensen om het zinloze gevecht met vervelende gedachten, emoties en lichamelijke sensaties te staken. Hierdoor is men beter in staat om de aandacht te richten op de dingen die men werkelijk belangrijk vindt in het leven (waarden). De kern van ACT is de filosofie dat het vechten tegen onvermijdelijke omstandigheden uiteindelijk ten koste gaat van een vitaal en waardevol leven.
  • Competitive Memory Treatment (COMET). COMET is een nieuwe experimentele behandeling bij dwangstoornissen. Mensen leren eerst hun obsessieve gedachten herkennen. Ze registeren de inhoud en bepalen het thema van de obsessieve gedachten. Daarna wordt er een alternatief thema tegenover geplaatst (tegenthema). Er wordt informatie verzameld van het tegenthema, bijvoorbeeld veilig versus onveilig of schuldig versus schuldig. Middels technieken wordt getracht het tegenthema ‘voelbaar’ te maken. Wanneer iemand dit tegenthema goed kan oproepen en voelen, oefent iemand met beelden of gedachten van de obsessie terwijl het tegenthema sterk blijft. Op die manier wordt de behandeling vervolgd met afstand nemen van de obsessies en exposure en responspreventie.
  • Inference Based Approach (IBA). Binnen IBA baseert men zich op het feit dat mensen met dwangverschijnselen anders redeneren tijdens een obsessief moment dan daarbuiten. Het gaat om een manier van redeneren waarbij zintuiglijke informatie (horen, zien, ruiken, proeven) genegeerd wordt. Een persoon met dwang ervaart een gedachte over iets wat kan (een mogelijkheid) als iets wat waarschijnlijk aan de hand is. IBA is er op gericht om iemand te laten ontdekken dat hij in zijn obsessieve momenten opgeslokt raakt in een verhaal in zijn hoofd en vergeet om naar de werkelijkheid te kijken. Mensen krijgen handvatten waarmee ze kunnen toetsen of ze zich met de werkelijkheid bezig houden of met hun verbeelding. Zij leren door verschillende oefeningen om zich te weren tegen de zuigkracht die van zo’n verhaal in hun hoofd uitgaat.
  • Mindfulness-based cgt (MBCT). MBCT is waarschijnlijk het best te begrijpen als het ontwikkelen van een vaardigheid om niet-oordelend bewust te zijn en acceptatie van het aanwezig zijn in het hier en nu met alle ongewenste gedachten, gevoelens en sensaties die er in je als persoon aanwezig zijn. In de therapie richt de cliënt zich niet op het veranderen van ongewenste emoties en gedachten maar bewustwording ervan en acceptatie, hierdoor kan de angst die met deze gedachten gepaard gaat, afnemen.
  • Cognitive Bias Modification-Interpretation (CBM-I). CBM-I is een cognitieve experimentele methode en een op een computer gebaseerde therapie die werkt door mensen te trainen in het anders interpreteren van situaties die normaal de dwanghandelingen oproepen. Op de computer krijgen de deelnemers ultrakorte verhaaltjes te lezen over een situatie met een dwangprobleem. Er wordt een oplossing gegeven maar in die oplossing mist een woord. Vervolgens verschijnt dat woord, maar onvolledig, de ontbrekende letter moet worden ingevuld. Hierna volgt een controlevraag over de inhoud van het verhaaltje, waarbij de oplossing wordt herhaald of onderbouwd. Mensen worden zo getraind in een andere mindset. Lees meer hierover in dit artikel van Else de Haan.
  • Cognitieve remediatie therapie (CRT). CRT heeft als doel de cognitieve flexibiliteit te vergroten door verbetering van het geheugen, planningsvaardigheden, flexibel denken en doen en meer bewust worden van eigen denkprocessen. Om dit te bereiken moet iemand oefeningen en kleine gedragsexperimenten doen. Hierdoor krijgen mensen meer inzicht in hun manier van denken. Je zou kunnen zeggen dat het een soort hersengymnastiek is. De vertaling naar het dagelijks leven is heel belangrijk binnen deze therapie. Omdat CRT over je denkprocessen gaat, lijkt deze strategie ook bij de dwangstoornis effect te hebben. Er wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van deze behandelmethode voor eetstoornissen en OCD.
  • Imaginatie en rescripting. Dit lijkt een veelbelovende techniek voor dwang als er sprake is van intrusieve beelden die verbonden zijn met negatieve ervaringen in het verleden. Bij imaginatie en rescripting gaat de cliënt terug naar de oorspronkelijke herinnering die meespeelt bij het intrusieve beeld en herschrijf je als het ware het oorspronkelijke intrusieve beeld. Hierdoor verandert ook je gevoel over dit beeld, deze intrusie waardoor deze minder beangstigend wordt en meer op de achtergrond zal verdwijnen.
  • Computerspel. Ricky and the Spider is een bewezen effectief computerspel voor kinderen met obsessieve-compulsieve stoornis. Het combineert de belangrijkste elementen van cognitieve gedragstherapie in een therapeutisch spel en kan ingezet worden ter ondersteuning van de behandeling. Dit kan ook aangeboden worden als e-healthvorm.

Lees het VGCt-factsheet over dwang bij kinderen

Bron: vgct.nl

Dit bericht is 1493 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail