Beantwoording Kamervragen over het onderzoek ‘Geweld tegen hulpverleners in de psychiatrie’

Facebooktwitterlinkedinmail

14 december 2017 – Staatssecretaris Blokhuis (VWS) beantwoordt de vragen van Kamerlid Diertens (D66) over het onderzoek ‘Geweld tegen hulpverleners in de psychiatrie’.

1 Bent u bekend met het onderzoek “Geweld tegen hulpverleners in de psychiatrie”? 

1. Ja.

2 Deelt u de mening dat hulpverleners, juist binnen de psychiatrie, in staat moeten zijn om hun werk op een veilige manier uit moeten kunnen voeren?

2. Medewerkers in de zorg vervullen een publieke taak. Ik ben met u van mening dat hulpverleners binnen de psychiatrie in staat moeten zijn om hun werk op een veilige manier te kunnen uitvoeren. Als gevolg van hun ziekte kunnen er momenten zijn waarop mensen waaraan zorg wordt verleend niet zichzelf zijn en afwijkend of agressief gedrag kunnen vertonen. Hulpverleners worden getraind om met afwijkend gedrag om te gaan. Ggz-organisaties werken dagelijks aan een veilig leef- en organisatieklimaat voor patiënten en medewerkers.

3 Bent u bereid om in overleg met de instellingen en professionals te treden en te kijken of de afspraken en convenanten, zoals het onderzoek uitwijst, te weinig houvast bieden als het gaat om het bieden van duidelijkheid omtrent het doen van aangifte? Zo ja, wanneer kunt u de Kamer hierover informeren? Zo nee, waarom niet?

3. GGZ Nederland heeft, naar aanleiding van het verschijnen van het rapport, het initiatief genomen in overleg te treden met de politie en het OM. Met elkaar gaan zij aan de slag met de aanbevelingen uit het rapport. Dit vind ik een goed initiatief.

4 Bent u daarnaast bereid om met de sector in overleg te treden om de regels omtrent het medisch beroepsgeheim, in samenhang met de mogelijkheden van aangifte doen, te bestuderen? Bent u bereid om te kijken hoe de hulpverlener hier beter over geïnformeerd kan worden, met respect voor het medisch beroepsgeheim?

4. Voor medewerkers in de ggz is bij het arbeidsmarktfonds van de ggz (O&O fonds ggz) een handreiking ‘sociale veiligheid in de ggz, aangifte doen bij agressie en/of geweldsincidenten’ beschikbaar. Daarin is een apart hoofdstuk opgenomen over de relatie tussen aangifte doen en het medisch beroepsgeheim. Als het gaat om het medisch beroepsgeheim dan staat er niets in de weg om aangifte te doen en basisgegevens te verstrekken zodat de politie verder kan met de afhandeling. Dehandreiking is echter onvoldoende bekend zoals ook blijkt uit het feit dat GGZ Nederland meerdere malen per jaar vragen ontvangt of een hulpverlener aangifte mag doen. Ook instellingen hebben vaak een protocol, maar in de praktijk is dit eveneens niet altijd bekend. Ik zal GGZ Nederland vragen onder haar leden meer bekendheid te geven aan de handreiking van het O&O fonds.

5 Kunt u toelichten wat er op dit moment gebeurt op het gebied van preventie van geweldincidenten in de psychiatrie? Hoe verkleint u de kans op geweldsincidenten tegen hulpverleners in de psychiatrie door middel van preventiemaatregelen?

5. Zoals ik in antwoord op vraag 2 heb aangegeven, is werken aan een veilig leefklimaat een prioriteit binnen de ggz-organisaties. Door continu verbeteringen door te voeren wordt hier dagelijks aan gewerkt. Een voorbeeld hiervan is de instelling van de gouden held bij GGZ Oost-Brabant, waar jaarlijks een medewerker wordt verkozen die het best het veiligheidsbeleid van de ggz-instelling vertegenwoordigt.

Medewerkers worden getraind in veilig werken en in teamoverleggen is veilig werken een thema. Als er een incident is, wordt gezorgd voor een goede afhandeling en opvolging. In een landelijk zorgbreed project ‘Veilig werken in de zorg’ dat van 2012-2015 liep en waarvoor mijn ambtsvoorganger voor 2016 nog aanvullend financiële middelen beschikbaar heeft gesteld, hebben werkgevers en werknemers in de zorg samengewerkt aan het thema. Deze samenwerking heeft gezorgd voor het delen van goede voorbeelden en beleidsontwikkeling rond agressiepreventie.

De arbeidsmarktfondsen van de zorgbranches brengen de goede voorbeelden, onderzoeken en tools nog steeds onder de aandacht via de website ‘duidelijkheid over agressie’. Aangiftebeleid is daar ook een onderdeel van. In het convenant politie en ggz 2012 staat aangifte ook als norm en dat wordt regionaal ook ingevuld. In het O&O fonds is een tafel over veiligheid ggz-medewerkers georganiseerd, van waaruit pilots zullen worden gestart.

De aanpak van preventie hoe om te gaan met agressie en geweld gebeurt op verschillende manieren, via training van professionals, risicotaxaties en extra beveiligde bedden. Regionaal zijn er convenanten met de politie naar aanleiding van het Convenant politie en ggz. Meldingen en incidenten worden geëvalueerd in de organisaties en de aanpak afgestemd op wat nodig is.

6 Bent u bereid om in contact te treden met de onderzoekers en gezamenlijk met de relevante organisaties en instanties te onderzoeken hoe de barrières en knelpunten, die ervaren worden door de slachtoffers en naar boven komen in het onderzoek, ondervangen kunnen worden?

6. Zie mijn antwoord op vraag 3.

Bron: rijksoverheid.nl

Dit bericht is 1417 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail