Anorexiapatiënt past niet door deur

Facebooktwitterlinkedinmail

hsfile_203158

Het is al langer bekend dat patiënten met anorexia zich dikker voelen dan ze eigenlijk zijn. Uit nieuw onderzoek onder 39 personen blijkt nu ook dat dit zeer extreme proporties kan aannemen. Zo denken meisjes met de eetstoornis dat ze niet door een deuropening kunnen, waardoor ze zich schuin draaien om er meer zijwaarts door te lopen.

Mensen met anorexia hebben vaak geen realistisch beeld van hun lichaam. In de spiegel zien ze misschien hun uistekende ribben; maar vraag ze bijvoorbeeld om in een rijtje met lichamen aan te wijzen welk figuur overeen komt met dat van henzelf, en ze zullen een lichaam aanwijzen dat dikker is. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat dit verkeerde lichaamsbeeld niet zomaar een idee is dat zich in het hoofd van mensen met deze eetstoornis heeft gesetteld. Voor mensen met anorexia voelt hun lijft ook écht dikker dan het is.

Anouk Keizer van de Universiteit Utrecht levert deze week nieuw bewijs voor dit idee dat anorexia-patiënten hun lijf verkeerd aanvoelen. In het blad PLoS One beschrijft ze een onderzoek rondom deurposten, dat zij en enkele collega’s uitvoerden. Wie door een nauwe deurpost loopt, zal automatisch zijn of haar lichaam een beetje schuin draaien om er zonder problemen door te passen. Maar vanaf wanneer doe je dit? Of, anders gezegd, hoe smal kan een deurpost zijn voor je lichaam (onbewust) vaststelt ‘hier ga ik niet door passen’ en draait?

Keizer liet 39 mensen enkele tientallen keren door deurposten van twaalf verschillende breedtes lopen, en filmde hoe zij zit deden. Twintig van deze mensen hadden anorexia, de rest niet. Hoewel de onderzoeksgroep klein was, zagen de wetenschappers een duidelijk verschil tussen de twee groepen. Gezonde mensen draaien hun lichaam als de deurpost zo’n 25 procent wijder is dan hun schouders. Maar de proefpersonen met anorexia deden dit al als de deurpost 40 procent wijder was dan zijzelf.

Dit onderzoek lijkt een beetje op een Frans onderzoek van een jaar geleden, waarbij mensen met anorexia moesten aangeven of zij wel of niet door een geprojecteerde doorpost zouden passen. Voor zichzelf bleken ze dit slecht in te kunnen schatten; ze dachten al snel dat ze te breed zouden zijn voor de deur. Terwijl ze wel prima konden inschatten of iemand anders door de deuropening zou passen.

Het grote verschil tussen het Franse onderzoek en dat van Keizer, is dat Keizer de mensen ook echt door de deuropeningen liet lopen. En dat zij keek naar onbewuste processen in plaats van een bewust denkproces aansprak. De proefpersonen in de Utrechtse studie hadden geen idee dat de deurposten onderdeel van het onderzoek waren. Zij dachten dat het onderzoek om iets heel anders draaide, en moesten tijdens het lopen goed letten op speciale markers op de vloer, die zogenaamd deel uit maakten van dit andere onderzoek. Dit alles om de proefpersonen zo veel mogelijk af te leiden van de deurposten en hen er zo onbewust mogelijk doorheen te laten lopen.

Een eerder onderzoek van Keizer liet ook al zien dat mensen met anorexia zichzelf letterlijk dikker voelen dan ze zijn. Bij dit onderzoek zette ze een metalen schuifmaat op de blote huid van geblinddoekte proefpersonen. Daarna moesten zij met hun handen aangeven hoe ver de metalen pinnetjes volgens hen uit elkaar stonden. Gezonde proefpersonen konden dit aardig. Maar proefpersonen met anorexia gaven steevast een grotere afstand aan dan de schuifmaat had. Alsof hun lijf dus echt uitvergroot was.

Bron: ad, wetenschap24.nl 

Dit bericht is 4136 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail