Anorexia past niet in een hokje

Facebooktwitterlinkedinmail

20 maart 2017 – Wie zag ‘m niet, de documentaire over Emma die overleed aan de gevolgen van anorexia? De BNN-documentaire maakte diepe indruk, en wakkerde de discussie aan over de zorg rondom eetstoornissen. Kinderarts Annemarie van Bellegem vertelt over de complexiteit van die zorg en hoe ze een uitnodiging met de minister kreeg om te praten over wat anorexia patiënten werkelijk nodig hebben.

“Dat de tv-uitzending zoveel teweeg bracht had ik niet kunnen voorzien. Er zijn Kamervragen gesteld over de zorg voor patiënten met eetstoornissen. De documentaire bood een groot podium en gaf meer begrip voor anorexiapatiënten. Het maakte een groep zichtbaar – meiden en jongens zoals Emma. Maar er is altijd de vrees dat er patiënten zijn die dit als voorbeeld gaan zien. Die denken: ‘dat wil ik ook’. Zo werkt een eetstoornis.”

Annemarie van Bellegem, bevlogen kinderarts, voorvechter van een bredere aanpak van eetstoornissen legt uit hoe ingewikkeld het soms is om jonge kinderen te behandelen. “Je kunt er geen label aan hangen: het is én psychiatrisch én lichamelijk én maatschappelijk.”

“Anorexia is een ingewikkeld ziektebeeld. We snappen niet zo goed hoe ’t ontstaat. Wel kennen we factoren in de patiënt en in de omgeving die van invloed zijn, zoals de maatschappij en het beeld dat leeft over wat mooi en gezond is. Denk aan de trend om heel gespierd te zijn, aan voedseltrends of de druk om te presteren. Maar deze ontwikkelingen zijn niet de oorzaak. Ook jij en ik worden aan deze prikkels blootgesteld, en toch krijgen wij geen eetstoornis. Er zijn meer componenten die we kennen. Er is een genetische component en er is de kwetsbaarheid voor de ziekte. Dat ingewikkeld samenspel maakt dat je anorexia kunt krijgen.”

Hokjesgeest

Een groot probleem, volgens Van Bellegem, is dat de psychiatrische zorg is losgekoppeld van de lichamelijke zorg. Dat maakt de behandeling lastig. Heeft iemand ernstige lichamelijke gevolgen zoals ondervoeding, dan is een lichamelijke behandeling nodig. In het ziekenhuis dus. Maar dat is juist het moment waarop zo’n patiënt goede coaching nodig heeft. “Dan is het zo belangrijk dat we samen aan het bed staan met de geestelijke gezondheidszorg.” En dat gebeurt nog niet overal.

“Anorexia wordt meestal psychiatrisch benaderd. Maar het kan grote lichamelijke gevolgen hebben, vooral als je nog in de groei bent. Je krijgt zo’n energietekort. Soms is dat onherstelbaar”, zegt Van Bellegem. “Juist hier mis ik de holistische blik. Het lijkt wel alsof je altijd een label móet hebben: psychiatrisch of niet-psychiatrisch. Maar dit ziektebeeld laat zich niet in hokjes plaatsen. We moeten samen optrekken.”

Kinderartsen in het AMC hebben de indruk dat het aantal kinderen van onder de 13 met eetproblemen toeneemt. “Soms zien we kinderen van zeven, acht jaar oud met verschijnselen van een eetstoornis”, aldus Van Bellegem.

Snelheid

Juist in het begin van de eetstoornis is ingrijpen belangrijk. Daar gaat nu veel mis, vertelt de kinderarts. “Alleen al bij de verwijzing en intake. De wachttijd is soms maanden. Dat komt ook doordat de patiënt zelf vaak niet gemotiveerd is. Maar áls die dan eindelijk wil, kan hij niet meteen terecht. Dan zijn er reorganisaties, bezuinigingen, het verschuiven van de zorgbudgetten naar de gemeentes. Het komt de patiënt niet ten goede. We zien verschil voor en na 2015. Helaas.”

Gevolg? Patiënten krijgen niet direct hulp en de eetstoornis ontwikkelt zich verder. Of patiënten krijgen slechts hulp op één vlak, alleen psychische ondersteuning of alleen ziekenhuiszorg. Zo glijden ze verder af in hun complexe ziekte. En, zoals de documentaire over het meisje Emma met anorexia liet zien, het is een ernstige ziekte met soms de dood tot gevolg.

Actie

Van Bellegem is niet van het type stilzitten. Samen met andere kinderartsen begon ze een werkgroep die outreachend samen met andere partijen wil optrekken, met de GGZ, huisartsen, internisten en ervaringsdeskundigen. “Juist om niet op onze eilandjes te zitten, maar samen het beste voor de patiënt te leveren. We stellen de vraag: wat vinden we goede zorg? Hoe richten we dat in? Welk onderzoek is daarvoor nodig? Hoe verbeteren we wat er al is? Kortom, hoe werken we beter met elkaar samen.”

Binnenkort spreekt de kinderarts met minister Schippers, samen met de ouders van Emma en een kinder- en jeugdpsychiater. “We willen de minister uitleggen dat het nodig is om expertise te bundelen, om bruggen te slaan tussen lichamelijke en psychiatrische zorg. Dat we over de grenzen moeten kijken van de huidige infrastructuur naar wat een patiënt met een eetstoornis nodig heeft. Dit vraagt om kortere wachttijden, budget voor jeugdzorg, experimentele en vernieuwende behandelingen en ruimte voor onderzoek.”

Bron: amc.nl

Dit bericht is 2053 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail