Angst gaat door de maag

Facebooktwitterlinkedinmail

angst

Experiment met ratten laat zien dat niet alleen het brein, maar ook de maag een rol speelt bij het voelen van angst.

Het is laat in de avond. Buiten is het donker. Je loopt een nauwelijks verlichte voetgangerstunnel in. Je hart begint sneller te kloppen en je versnelt je pas. Je maag draait zich om.

Zijn wij dan niet alleen ons brein? Het zijn toch onze zintuigen en de informatie die het brein daar uit haalt die ons waarschuwen voor angst? Wat heeft de maag daarmee te maken? Meer dan je zou denken, zo blijkt uit een onderzoek met ratten dat vorige week werd gepubliceerd in het Journal of Neuroscience.

Volgens de klassieke theorie zijn het de hersenen die alle zintuiglijke prikkels verwerken en een signaal geven wanneer het gevaarlijk is. Angst is een van de belangrijkste basisemoties van onze hersenen. Het lichaam reageert op die angst door te vechten, te vluchten of te bevriezen.

Onderbuikgevoel
Maar hoe zit het dan met het onderbuikgevoel, het idee dat je ook iets voelt met je maag? Zwitserse onderzoekers van de ETH in Zürich hebben dit onderzocht bij ratten.

Normaliter geeft het brein een signaal door aan de maag en stuurt de maag een signaal terug naar het brein. Die signalen lopen door een zenuwbaan die de nervus vagus heet en in de hersenen ontspringt. Als het brein kalm is, geeft het door aan de maag dat deze gerust voedsel kan gaan verteren. Is de kust niet veilig, dan vertellen de hersenen de maag dat het beter is om even te wachten.

Ongeveer tachtig tot negentig procent van de zenuwen in de nervus vagus wordt gebruikt voor het doorgeven van signalen van de maag naar het brein. Precies deze zenuwen sneden de onderzoekers door bij hun ratten. De hersenen in deze ratten konden nog wel een signaal naar de maag sturen maar geen signaal meer van de maag ontvangen.

Het eerste wat de onderzoekers in gedragsexperimenten zagen, was dat de geopereerde ratten minder bang waren dan hun soortgenoten met een intacte nervus vagus. De ratten waren duidelijk minder bang voor open ruimtes en felle lichten. Zonder maagsignalen gedragen ratten zich dus minder angstig. De maag blaast dus een toontje mee in de zintuiglijke informatie die de hersenen verwerken.

Angst afleren
In een tweede experiment onderzochten de Zwitsers aangeleerde angst . De ratten leerden eerst om een onschuldig geluidje te associëren met een angstige situatie. Dat lukte net zo gemakkelijk bij ratten met een intacte als met een niet-intacte nervus vagus. Hierna werd de ratten weer afgeleerd om het geluidje te associëren met angst. Dat duurde bij de ratten met een niet-intacte nervus vagus langer dan bij ratten met een intacte nervus vagus.

Angst gaat dus deels door de maag. Wanneer de maag geen signalen kan doorsturen naar de hersenen, zijn de ratten minder bang, wat hun overlevingskans verlaagt. Aan de andere kant kunnen die ratten een aangeleerde angst ook moeilijker afleren. En ook dat vermindert hun overlevingskans.

Wij zijn niet dus alleen ons brein, we zijn ook een klein beetje onze maag.

Bennie Mols

Bron: wetenschap24.nl 

Dit bericht is 7618 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail