Altrecht werkt aan goede uitvoering suïcidepreventiebeleid

Facebooktwitterlinkedinmail

Altrecht

De Inspectie van de Gezondheidszorg heeft zich positief uitgelaten over het ingezette verbetertraject van Altrecht rondom suicidepreventie.

De afgelopen periode heeft Altrecht hard gewerkt om haar suïcidepreventiebeleid te verbeteren. Dit was nodig omdat Altrecht op bepaalde aspecten van het suïcidepreventiebeleid tekort schoot. Dit betreuren we. Tegelijkertijd hebben we hier van geleerd. Kritiek van familieleden, een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en adviezen na aanleiding van een extern onderzoek hebben we gebruikt om een verbeterplan op te stellen.

Met dit verbeterplan is Altrecht het afgelopen jaar aan de slag gegaan om het suïcidepreventiebeleid op orde te brengen. Op 1 juli 2013 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg geconcludeerd dat Altrecht op de goede weg is en het voldoende is om het ingezette verbetertraject vanuit de Inspectie te voorzien van geïntensiveerd toezicht.

Wat is er tot nu toe bereikt?
Het verbeterplan betreft zowel processen als cultuuraspecten. De processen zijn inmiddels op orde. Het gaat hier om: scholing van medewerkers, wijze van rapporteren, uitvoeren en vastleggen van het vrijhedenbeleid en het uitvoeren van risicotaxatie. Ook zijn de richtlijnen voor het familiebeleid aangepast. De belangrijkste wijziging hierin is dat een hulpverlener altijd, – tenzij de patiënt dit nadrukkelijk niet wil- informatie mag uitwisselen met familieleden als hij zich ernstige zorgen maakt over de patiënt (bijvoorbeeld vanwege suïcidaal gedrag). Omgekeerd  kan ook  familie, wanneer zij zich zorgen maakt gemakkelijk contact opnemen met de betreffende hulpverlener. Daarnaast heeft Altrecht de procedure voor inzage in het patiëntendossier door de klachtencommissie – bij klachten van nabestaanden- gewijzigd. Vanaf mei 2013 krijgt de klachtencommissie altijd inzage in een patiëntendossier, tenzij de psychiaterdirecteur anders bepaald.

Waar het gaat om de cultuuraspecten is Altrecht een eind op weg. Hulpverleners moeten bij suïcide-evaluaties open, kwetsbaar en kritisch durven zijn. Dat geldt zowel naar elkaar toe als naar nabestaanden en familieleden. Het vraagt tijd dit binnen de organisatie ingebed te krijgen.

Hoe nu verder?
Nu Altrecht de procedures met betrekking tot het suïcidepreventiebeleid en familiebeleid op orde heeft gebracht en haar medewerkers heeft getraind, is het belangrijk de opgedane kennis en vaardigheden verder te borgen in de praktijk. Voor een groot deel gebeurt dit al, maar we willen dit nog beter doen zodat de kwaliteit van zorg verder verbetert.

Om ingezette veranderingen te kunnen borgen moet Altrecht haar medewerkers een veilige omgeving bieden en ruimte creëren om het eigen en elkaars handelen consequent en kritisch te evalueren. Dit stelt medewerkers in staat hun inzichten te vertalen in praktisch handelen en durven zij uit hun routine te stappen. Zo wordt er met elkaar aan een professionele, lerende organisatie gewerkt.

Vanuit een veilige omgeving en gesteund door de nieuwe procedures stimuleert Altrecht medewerkers waar mogelijk informatie met familie van patiënten te delen. Hiermee worden reële verwachtingen geschetst over de behandeling, het herstelproces en de rol die Altrecht en de familie hierin speelt.

Altrecht zal meer gebruik gaan maken van de expertise van onze ervaringsdeskundigen. Deze biedt patiënten perspectief op hun herstelproces. Daarnaast slaan ze een brug tussen de professionele hulpverlener en de patiënt.
De Raad van Bestuur van Altrecht toetst de vooruitgang elk kwartaal door audits die zij bespreekt met de Raad van Toezicht en aanlevert bij de IGZ.

Samengevat bouwt Altrecht verder aan het competenter maken van haar medewerkers, het creëren van een veilige sfeer waarin kritisch gekeken wordt naar eigen en elkaars handelen en ervaringen zo snel mogelijk te delen met familie, ook als de uitkomst lastig is.

Bron: altrecht.nl 

Dit bericht is 3125 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail