10 mythes over psychische stoornissen

Facebooktwitterlinkedinmail

stigma

Het zit er dik in dat jij zelf, een van je vrienden, collega’s of familieleden te maken heeft met een psychische aandoening. Diabetes komt voor bij een op de twintig Nederlanders, overgewicht bij een op de negen, hooikoorts bij een op de zes. Een psychische stoornis treft bijna de helft (om precies te zijn 42,7%) van de Nederlanders ooit in zijn of haar leven.

Taboe
Toch rust er nog een groot taboe op psychische ziekten zoals borderline, angststoornissen, autisme. Sterker nog, er is sprake van een fenomeen dat nog nadeliger is dan de klachten zelf: stigmatisering.

Er bestaan allerlei misvattingen over mensen met psychische stoornissen:

  • Ze zijn gewelddadig en gevaarlijk;
  • Ze zijn arm en minder intelligent;
  • Persoonlijke zwakte veroorzaakt psychische problemen;
  • Eens ziek is altijd ziek.

We maken een verschil tussen ‘ons’ als normale mensen en ‘hen’ als abnormaal en geestelijk ziek. We gebruiken stereotypen om de verschillen te benadrukken. Onwetendheid, verkeerde informatie en schrikbeelden in de media versterken deze verschillen nog eens. Er bestaan nog meer mythes;

1. Het is aanstellerij
Psychische klachten worden nogal eens onderschat. De ervaring leert echter dat het vaak om chronische en ongeneeslijke aandoeningen gaat, die het verdienen om serieus genomen te worden.

2. Het komt weinig voor
Een op de vier mensen heeft op dit moment een psychische aandoening. En 42,7% van de samenleving krijgt ooit in zijn of haar leven zelf te maken met psychische klachten. Op www.trimbos.nl (‘Psychische stoornissen in Nederland’) vind je meer cijfers. Angststoornissen, depressie en middelenmisbruik/ verslaving komen het meeste voor.

3. Ze hebben het aan zichzelf te danken
Het idee dat mensen met een psychische stoornis eigenlijk gezonde mensen zijn die zich niet normaal ‘willen’ gedragen is diepgeworteld. Maar stel dat we mensen met andere ziektes of handicaps ook zo zouden behandelen? Het is schrijnend om iemand zijn eigen ziekte zelf aan te rekenen, dat doen we immers ook niet met een gebroken been of diabetes. Het zou veel prettiger zijn als de omgeving kennis zou hebben van wat de ziekte feitelijk teweegbrengt en hoe je hem het beste zou kunnen ondersteunen.

4. Ze zijn dom, zwakbegaafd of ontoerekeningsvatbaar
Maar een klein deel van de psychische stoornissen gaat ten koste van de verstandelijke vermogens. Het leeuwendeel van de mensen met een psychische stoornis heeft een goed besef van zichzelf en zijn situatie, heeft beschikking over al zijn verstandelijke vermogens en is normaal of bovengemiddeld intelligent.

5. Ze veroorzaken meestal overlast
Mensen met een psychische aandoening komen in de media in beeld als ze door hun stoornis overlast veroorzaken. Toch zijn deze opvallende problemen niet representatief. Het gaat immers om een kwart van de bevolking. De meesten daarvan lijken min of meer normaal te functioneren. Velen hebben een baan, doen het huishouden, voeden kinderen op, zijn actief in verenigingen, enzovoort. De psychische stoornis uit zich echter in de vele beperkingen die het met zich meebrengt in het dagelijkse leven. Individuen en gezinnen proberen dat in eerste instantie vaak zelf op te vangen, en dat is een zware opgave.

6. Het is een tijdelijk probleem, het gaat wel weer over
Omdat het verloop van psychische stoornissen nogal eens wisselt, ontstaat bij de omgeving het idee dat het een eenmalig iets is dat wel weer overgaat. Ook de zieke zelf heeft er vaak moeite mee dat goede en slechte tijden elkaar opvolgen.
Gezonde mensen hebben een hoop veerkracht; iemand met een psychische ziekte moet dat missen. Gezonde mensen hebben ‘ook wel eens wat’, maar hebben de capaciteit om dat na verloop van tijd te overwinnen. Voor iemand met een psychische aandoening kan een ‘hobbel op de weg’ er toe leiden dat hij langdurig uit balans raakt. Hij heeft een chronisch probleem, waar hij voor de rest van zijn leven rekening mee zal moeten houden.

7. Je moet er geen aandacht aan besteden
Veel mensen verkeren in de veronderstelling dat psychische problemen voor een deel problemen zijn die zichzelf oproepen: hoe meer je er mee bezig gaat, hoe erger het wordt. En omgekeerd: Als je het probleem negeert, zou het ‘vanzelf’ weer over gaan.
Helaas werkt dat vaak averechts. Psychische problemen zijn echte ziektes, en vaak nog vrij ernstige ziektes ook. Het verwaarlozen van een ziekte leidt tot verergering, niet tot verbetering. Mensen met een psychische ziekte kunnen redelijk goed functioneren in de maatschappij als ze hulp krijgen die precies past bij de aandoeningen die ze hebben.

8. Er zijn toch medicijnen voor?
Er bestaan geen medicijnen waarmee een psychische stoornis kan worden genezen. Medicijnen voor psychische stoornissen werken als een prothese: ze ondervangen voor een deel een defect in de hersens van de lijder. Ze dempen de klachten. De werking is verschillend per ziekte en per persoon; bij sommige mensen werkt geen enkel medicijn.
De zieke is vaak voor de rest van zijn leven op de medicijnen aangewezen: zodra hij er mee zou stoppen, komen de symptomen terug. Soms zelfs in verergerde vorm. Vergelijk het met een suikerpatiënt die zijn leven lang insuline nodig heeft.
Een extra probleem dat kleeft aan het gebruik van medicijnen, is dat ze vaak hinderlijke bijwerkingen hebben. Bijvoorbeeld een grote gewichtstoename. De keuze is dan tussen ziek zijn van de stoornis of ziek zijn van de pillen.

9. Ze hebben geen maatschappelijk nut
Het grootste deel van de psychisch zieken kan, ondanks beperkingen, actief aan de maatschappij deelnemen. Er zitten managers, professoren en zelfs Nobelprijswinnaars tussen. Zolang ze voldoende steun krijgen om de gebreken die hun stoornis met zich meebrengt te compenseren, kunnen ze redelijk goed functioneren als partner, ouder, werknemer en soms zelfs als werkgever.
We zouden eens meer integraal over de maatschappelijke rol van mensen met een psychische aandoening moeten denken. De wil om te werken ontbreekt niet. Maar het is nu te vaak het geval dat iemand wordt afgewezen vanwege zijn handicap. En omgekeerd: mensen die zich nuttig maken in onbezoldigd werk, zoals mantelzorg, worden juist weer een onwillig arbeidscircuit in gepusht. Hier is maatwerk nodig.

10. Als ze weer beter zijn, is hulp niet meer nodig
Maar al te vaak stopt de behandeling omdat het aantal sessies een bepaalde limiet heeft bereikt, en wordt men ‘genezen’ verklaard … omdat de behandeling is gestopt. Psychische aandoeningen zijn echter vaak chronische condities. Behandelcentra zijn op het behandelaspect gericht, maar laten vaak verstek gaan bij de nazorg – soms door bezuinigingen. Daardoor dreigt de investering die in een cliënt gedaan is, weer verloren te gaan. Ook in het re-integratiecircuit is het gat tussen ‘ziek’ en ‘gezond’ te groot. Een psychisch zieke zit juist vaak levenslang in het grijsgebied tussen ‘volledig uitgeteld’ en ’100% fit’.

Waar cliënten behoefte aan hebben, is maatwerk en balans. Daarmee kunnen we er voor zorgen dat we het maximale uit onze zieke medemensen halen tegen de minste kosten. Als iemand eenmaal in de put is afgegleden, is het te laat om deze te dempen!

Bron: samensterktegenstigma.nl 

 

Dit bericht is 33540 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail