Slapeloosheid niet alleen ‘tussen de oren’, ook dna speelt een rol

Facebooktwitterlinkedinmail

13 juni 2017 – Er zijn voor het eerst genen gevonden die in verband kunnen worden gebracht met slapeloosheid. Dat is gebeurd in een groot internationaal onderzoek onder leiding van de Nederlandse hoogleraren Danielle Posthuma en Eus van Someren van de Vrije Universiteit Amsterdam. De resultaten zijn gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift Nature Genetics, zo meldt de NOS

De onderzoekers claimen dat hiermee een belangrijke stap is gezet in de zoektocht naar de biologische oorzaken van het slecht slapen. Ze stellen dat de ontdekking bewijst dat slapeloosheid niet alleen tussen de oren zit, zoals vaak wordt beweerd.

Slapeloosheid is een veelvoorkomende kwaal die lastig is te behandelen. De onderzoekers hopen dat nu meer duidelijk wordt over de rol van communicatie tussen hersencellen bij slapeloosheid, en dat daarmee nieuwe behandelmethoden kunnen worden gevonden.

Meer erkenning
Van Someren hoopt verder dat er meer erkenning komt voor slapeloosheid als kwaal. In verhouding tot de schaal waarop het voorkomt en de soms ernstige gevolgen die het kan hebben, wordt er weinig onderzoek gedaan naar de oorzaken.

In het onderzoek is een steekproef gedaan onder ruim 113.000 mensen in verschillende landen, waarbij uiteindelijk zeven genen zijn gelokaliseerd die meespelen bij slapeloosheid. Ze dragen bijvoorbeeld bij aan het proces waarin cellen stoffen afgeven om te communiceren met hun omgeving.

Er is door de onderzoekers gekeken naar het dna en de diagnoses van duizenden mensen. Ze hebben die informatie gekoppeld en slaagden er zo in het verband aan te tonen tussen bepaalde genetische varianten en slapeloosheid.

Er zijn ook genetische overlappingen gevonden met andere verschijnselen, zoals angststoornissen, depressies en een lager gevoel van welbevinden, die vaak voorkomen in combinatie met slapeloosheid.

Therapie
Maar hoe bijzonder deze ontdekking ook is, de behandeling voor mensen met slaapproblemen zal voorlopig niet veranderen, verwacht hoogleraar psychofysiologie Gerard Kerkhof. “Nu zijn therapieën nog vooral gericht op het veranderen van gewoontes van mensen. Die behandelingen werken vrij goed. We moeten zien hoe deze ontdekking daar iets aan gaat veranderen.”

Kerkhof noemt de bevindingen een eerste stap. “Het zal nog wel even duren voordat we echt gerichter therapie kunnen geven aan mensen met slaapproblemen.”

Bron: nos.nl

Dit bericht is 1789 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail