OCD-patiënten schatten veilige situaties moeilijk in

Facebooktwitterlinkedinmail

8 maart 2017 – Mensen met een obsessieve compulsieve stoornis (OCD) hebben moeite om hun rituelen af te leren vanwege het onvermogen om gevaar in te schatten. “Ons onderzoek suggereert dat een deel van de breinwerking bij OCD-patiënten ervoor zorgt dat ze niet goed kunnen inschatten wanneer iets veilig is”, licht neurowetenschapper Annemieke Apergis-Schoute toe.

OCD-patiënten vs. niet-patiënten

Om te achterhalen wat er fout zou gaan bekeken de wetenschappers hersenscans in een vergelijkend experiment, waarvan een deel van de deelnemers bestond uit patiënten en het ander deel uit niet-patiënten.

Beide groepen werden gekoppeld aan een fMRI-scanner en kregen achter elkaar een rode en groene afbeelding te zien. Bij het zien van de rode afbeelding gebeurde er niets en na het zien van de groene volgde er een lichte elektrische schok. Vervolgens werd de situatie omgedraaid en volgde er een schok bij het zien van de rode afbeelding.

Uit analyse bleek dat OCD-patiënten in vergelijking met niet-patiënten moeite hadden om in te schatten dat het zien van de groene afbeelding veilig was. Dit was zichtbaar aan de veranderingen in transpiratie (zweet op de huid).

De verminderde breinwerking was te zien in het deel van de hersenen dat ventromediale prefrontale cortex wordt genoemd. Dit deel is geassocieerd met het maken van veilige keuzes.

Rituelen verdwijnen nooit helemaal

OCD wordt in veel gevallen behandeld met cognitieve gedragstherapie. In deze behandeling worden patiënten juist blootgesteld aan hun angstgevoelens. Iemand met bijvoorbeeld angst voor het aanraken van vieze objecten, wordt juist uitgedaagd dit te doen, in een poging het eigen gedrag beter te reguleren en hier uiteindelijk van af te komen. Sommige patiënten slagen er niet in om dit succesvol te doen, wat volgens dit onderzoek schijnbaar veroorzaakt wordt door de andere breinwerking. Hierover zegt Apergis-Schoute het volgende: “Door middel van cognitieve gedragstherapie is deze groep wellicht in staat om controle te krijgen over hun compulsieve gedrag, maar in stresssituaties keert het weer terug.”

Extensief onderzoek verrichten

De wetenschappers zeggen dat dit onderzoek maar een kleine populatie heeft geanalyseerd, dus is het niet met zekerheid te zeggen of breinwerking bij alle OCD-patiënten hetzelfde is. Om de resultaten meer kracht bij te zetten is herhaling van het onderzoek nodig bij een grotere groep.

Desondanks zien zij de resultaten van belang voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen en verbetering van de huidige therapieën. Volgens mede-onderzoeker Naomi Fineberg hebben patiënten nu meer duidelijkheid waarom gedragstherapie minder goed werkt en dat deze wellicht langer gevolgd moet worden om succesvol te kunnen zijn.

OCD in cijfers

Circa 160.000 Nederlanders hebben OCD. Vanwege de schaamte en vooroordelen zoeken ze lang niet altijd hulp. Dit terwijl de impact enorm kan zijn op het dagelijks leven van deze groep.

Mensen met een dwangstoornis hebben een kans van 15 %, dat een eerstegraads familielid (broer, zus, kind, ouder) ook een dwangstoornis heeft.

Bron: University of Cambridge / mijngezondheidsgids.nl

Dit bericht is 5459 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail